wanders freely
zwerft vrij
wanders aimlessly
zwerft doelloos
wanders around
zwerft rond
wanders off
zwerft weg
wanders through
zwerft door
wanders alone
zwerft alleen
wanders back
zwerft terug
wanders outside
zwerft buiten
wanders in
zwerft binnen
wanders about
zwerft rond
she wanders through the park every evening.
Ze dwaalt elke avond door het park.
he often wanders off during long meetings.
Hij dwaalt vaak af tijdens lange vergaderingen.
the cat wanders around the house looking for food.
De kat dwaalt rond in het huis op zoek naar eten.
as he wanders through the city, he discovers hidden gems.
Terwijl hij door de stad dwaalt, ontdekt hij verborgen juweeltjes.
her mind wanders when she reads boring books.
Haar gedachten dwalen af als ze saaie boeken leest.
the child wanders away from his parents in the store.
Het kind dwaalt weg van zijn ouders in de winkel.
he wanders through memories of his childhood.
Hij dwaalt door herinneringen aan zijn jeugd.
the dog wanders freely in the open field.
De hond dwaalt vrij rond op het open veld.
she wanders the streets, lost in thought.
Ze dwaalt over de straten, verloren in gedachten.
time wanders slowly when you're waiting for something exciting.
De tijd kruipt langzaam voort als je op iets spannends wacht.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu