okay
okay
Can you k the door?
Kan je de deur openen?
She k the book on the table.
Ze plaatste het boek op tafel.
He always k early in the morning.
Hij staat altijd vroeg op in de ochtend.
They k a deal with the new supplier.
Ze sloten een deal met de nieuwe leverancier.
Please k the lights before leaving.
Doe alsjeblieft de lichten uit voordat je weggaat.
I need to k my phone.
Ik moet mijn telefoon opladen.
The teacher asked the students to k the classroom.
De leraar vroeg de studenten om de klas schoon te maken.
She forgot to k her umbrella and got wet in the rain.
Ze vergat haar paraplu mee te nemen en werd nat in de regen.
He decided to k a trip to Europe next summer.
Hij besloot om volgend jaar een reis naar Europa te maken.
They k hands and introduced themselves.
Ze schudden elkaars hand en stelden zich voor.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu