ameers

[US]/ˈeɪmɪrz/
[UK]/ˈæmɪrz/

Translation

n. Een moslimheerser, emir of commandant.; Ameer (eigennaam).

Example Sentences

the ameers were invited to a grand celebration.

De ameers werden uitgenodigd voor een grootse viering.

he learned about the customs and traditions of the ameers.

Hij leerde over de gebruiken en tradities van de ameers.

the ameers held a council to discuss important matters.

De ameers hielden een raad om belangrijke zaken te bespreken.

she was eager to learn more about the ameers' way of life.

Ze was enthousiast om meer te leren over de levensstijl van de ameers.

the ameers were known for their hospitality and generosity.

De ameers stonden bekend om hun gastvrijheid en vrijgevigheid.

their meeting with the ameers was a significant diplomatic event.

Hun ontmoeting met de ameers was een belangrijk diplomatiek evenement.

the ameers had a rich history and cultural heritage.

De ameers hadden een rijke geschiedenis en culturele achtergrond.

he studied the language spoken by the ameers.

Hij bestudeerde de taal die door de ameers werd gesproken.

the ameers' attire was colorful and elaborate.

De kleding van de ameers was kleurrijk en gedetailleerd.

they traveled through the land ruled by the ameers.

Ze reisden door het land dat door de ameers werd geregeerd.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now