brashness

[US]/brɑːʃnəs/
[UK]/brashnəs/
Frequency: Very High

Translation

n. De kwaliteit van arrogant en zelfverzekerd zijn; stoutmoedigheid die ontbreekt aan tact of overweging.
Word Forms

Phrases & Collocations

brashness cost

brashheid kostte

excessive brashness

overmatige brashheid

his brashness showed

zijn brashheid was te zien

brashness led to

brashheid leidde tot

lack of brashness

gebrek aan brashheid

brashness problem

brashheid probleem

control brashness

beheers brashheid

reduce brashness

verminder brashheid

brashness hurt

brashheid deed pijn

Example Sentences

her brashness often gets her into trouble.

haar onbeschaamdheid brengt haar vaak in problemen.

his brashness in meetings can be off-putting.

zijn onbeschaamdheid tijdens vergaderingen kan mensen afschrikken.

brashness is not always seen as a positive trait.

onbeschaamdheid wordt niet altijd als een positieve eigenschap gezien.

she admired his brashness but knew it could be risky.

ze bewonderde zijn onbeschaamdheid, maar wist dat het riskant kon zijn.

his brashness led him to take unnecessary risks.

zijn onbeschaamdheid leidde ertoe dat hij onnodige risico's nam.

brashness can often mask insecurity.

onbeschaamdheid kan vaak onzekerheid verbergen.

she spoke with brashness, not caring about the consequences.

ze sprak met onbeschaamdheid, zonder rekening te houden met de gevolgen.

his brashness in front of clients was surprising.

zijn onbeschaamdheid voor klanten was verrassend.

brashness can sometimes be mistaken for confidence.

onbeschaamdheid wordt soms verward met zelfvertrouwen.

her brashness made her stand out in the crowd.

haar onbeschaamdheid zorgde ervoor dat ze opviel in de menigte.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now