chapelgoers

[US]/ˈʃæpəlɡəʊər/
[UK]/ˈʃæpəlˌɡoʊər/

Translation

n.Een persoon die regelmatig een kapel bezoekt.

Phrases & Collocations

devout chapelgoer

vrome kerkganger

frequent chapelgoer

frequente kerkganger

silent chapelgoer

stille kerkganger

dedicated chapelgoer

toegewijde kerkganger

local chapelgoer

lokale kerkganger

new chapelgoer

nieuwe kerkganger

seasoned chapelgoer

ervaren kerkganger

curious chapelgoer

nieuwsgierige kerkganger

occasional chapelgoer

occasionele kerkganger

active chapelgoer

actieve kerkganger

Example Sentences

the chapelgoer often finds solace in prayer.

De kerkganger vindt vaak troost in gebed.

as a chapelgoer, she attends services every sunday.

Als kerkganger bezoekt ze elke zondag de diensten.

the chapelgoer lit a candle for peace.

De kerkganger stak een kaars aan voor vrede.

many chapelgoers volunteer for community service.

Veel kerkgangers doen vrijwilligerswerk voor de gemeenschap.

the chapelgoer found inspiration in the sermon.

De kerkganger vond inspiratie in de preek.

being a chapelgoer has strengthened her faith.

Kerkganger zijn heeft haar geloof versterkt.

the chapelgoer shared her testimony with the congregation.

De kerkganger deelde haar getuigenis met de congregatie.

he became a regular chapelgoer after the retreat.

Hij werd een vaste kerkganger na de retraite.

the chapelgoer felt a sense of community during the service.

De kerkganger voelde een gevoel van gemeenschap tijdens de dienst.

as a chapelgoer, she enjoys singing hymns.

Als kerkganger geniet ze ervan om gezangen te zingen.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now