churchgoing

[US]/ˈtʃɜːtʃˌɡəʊɪŋ/
[UK]/ˈtʃɜrʧˌɡoʊɪŋ/
Frequency: Very High

Translation

adj.vaak de kerk bijwonend
n.de daad van het bijwonen van de kerk; kerkbezoek

Phrases & Collocations

churchgoing family

kerkgaande familie

churchgoing habits

kerkgaande gewoonten

churchgoing community

kerkgaande gemeenschap

churchgoing people

kerkgaande mensen

churchgoing lifestyle

kerkgaande levensstijl

churchgoing tradition

kerkgaande traditie

churchgoing practice

kerkgaande praktijk

churchgoing spirit

kerkgaande geest

churchgoing values

kerkgaande waarden

churchgoing culture

kerkgaande cultuur

Example Sentences

she is a regular churchgoer every sunday.

ze is elke zondag een regelmatige kerkganger.

churchgoing can foster a sense of community.

kerkgang kan een gevoel van gemeenschap bevorderen.

many churchgoers volunteer for local charities.

veel kerkgangers doen vrijwilligerswerk voor lokale goede doelen.

he grew up in a churchgoing family.

hij groeide op in een kerkgangersfamilie.

churchgoing habits can vary by culture.

kerkgang gewoonten kunnen per cultuur verschillen.

being a churchgoer has its social benefits.

een kerkganger zijn heeft zijn sociale voordelen.

churchgoing provides a structured routine for many.

kerkgang biedt velen een gestructureerde routine.

some people find peace in churchgoing.

sommige mensen vinden rust in kerkgang.

churchgoing can strengthen one's faith.

kerkgang kan iemands geloof versterken.

he enjoys the fellowship of fellow churchgoers.

hij geniet van de gezelligheid van mede-kerkgangers.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now