faun

[Verenigde Staten]/fɔːn/
[Verenigd Koninkrijk]/fɔn/
Frequentie: Zeer Hoog

Vertaling

n. (in de oude Romeinse mythologie) een pastorale god die half mens en half geit is, bekend als Faun
Word Forms
Pluralfauns

Voorbeeldzinnen

The faun frolicked in the meadow.

De faun dartelde in de weide.

The faun had delicate features and pointy ears.

De faun had delicate trekken en puntige oren.

The faun played a haunting melody on his flute.

De faun speelde een spookachtige melodie op zijn fluit.

The faun danced gracefully through the forest.

De faun danste sierlijk door het bos.

The faun had a mischievous glint in his eye.

De faun had een ondeugzame twinkeling in zijn ogen.

The faun was a mythical creature from ancient folklore.

De faun was een mythisch wezen uit oude volksverhalen.

The faun was known for its love of nature and music.

De faun stond bekend om zijn liefde voor de natuur en muziek.

The faun's hooves left imprints in the soft earth.

De hoeven van de faun achterlieten afdrukken in de zachte aarde.

The faun's laughter echoed through the forest.

Het gelach van de faun weergalmde door het bos.

The faun guided travelers through the enchanted woods.

De faun leidde reizigers door het betoverde bos.

Populaire Woorden

Ontdek vaak opgezochte woordenschat

Download de app om alle content te ontgrendelen

Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!

Download DictoGo nu