fleetly moving
snel bewegend
fleetly running
snel rennend
fleetly approaching
snel naderend
fleetly responding
snel reagerend
fleetly advancing
snel vorderend
fleetly escaping
snel ontsnappend
fleetly departing
snel vertrekkend
fleetly navigating
snel navigerend
fleetly traveling
snel reizend
fleetly executing
snel uitvoerend
the cat moved fleetly across the room.
De kat bewoog snel door de kamer.
the athlete ran fleetly to the finish line.
De atleet rende snel naar de finishlijn.
she fleetly completed her homework before dinner.
Ze maakte haar huiswerk snel af voor het avondeten.
the dog chased the ball fleetly down the hill.
De hond rende snel de heuvel af achter de bal aan.
he fleetly navigated through the busy streets.
Hij navigeerde snel door de drukke straten.
the dancer moved fleetly across the stage.
De danser bewoog snel over het podium.
they fleetly organized the event in just a week.
Ze organiseerden het evenement snel in slechts een week.
the squirrel fleetly climbed the tree to escape.
De eekhoorn klom snel de boom in om te ontsnappen.
he fleetly adjusted the settings on his camera.
Hij stelde snel de instellingen van zijn camera af.
the team fleetly responded to the emergency.
Het team reageerde snel op de noodsituatie.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu