flowers

[US]/ˈflaʊəz/
[UK]/ˈflaʊərz/

Translation

n. Het meervoud van flower; de voortplantingsstructuur van een plant die vaak kleurrijk en geurig is.
v. Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flower; bloeien of bloemen produceren.; Verleden tijd en voltooid deelwoord van flower; gebloeid of bloemen geproduceerd.

Phrases & Collocations

flowers bloom

bloemen bloeien

give flowers

geef bloemen

flower garden

bloemtuin

flower power

bloemenkracht

flower child

bloemenkind

flowers wilt

bloemen verwelken

smell flowers

bloemen ruiken

picking flowers

bloemen plukken

bought flowers

bloemen gekocht

flower show

bloemshow

Example Sentences

she arranged the flowers in a beautiful vase.

ze arrangeerde de bloemen in een mooie vaas.

the garden was full of colorful flowers.

de tuin was vol met kleurrijke bloemen.

the scent of the flowers was heavenly.

de geur van de bloemen was hemels.

we picked wildflowers in the meadow.

we plukten wilde bloemen in de weide.

she loves tending to her flowers.

ze houdt ervan om voor haar bloemen te zorgen.

the wedding was decorated with beautiful flowers.

de bruiloft was versierd met mooie bloemen.

he planted seeds to grow flowers.

hij plantte zaden om bloemen te laten groeien.

the field was covered in a carpet of flowers.

het veld was bedekt met een tapijt van bloemen.

she wore a crown of flowers in her hair.

ze droeg een bloemenkrans in haar haar.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now