giggly

[US]/'ɡɪɡlɪ/
Frequency: Very High

Translation

adj. geneigd tot giechelen, geneigd om dom te lachen

Phrases & Collocations

giggly laughter

stuipend gelach

feeling giggly

het gevoel om te giechelen

Example Sentences

giggly, hormonal fourth formers.

lachende, hormonale vierdeklasiers.

She was feeling giggly after watching a funny movie.

Ze voelde zich vrolijk en aanstekelijk na het kijken naar een grappige film.

The children were giggly as they played together in the park.

De kinderen waren aanstekelijk en blij terwijl ze samen in het park speelden.

His jokes always make people feel giggly.

Zijn grappen zorgen er altijd voor dat mensen zich vrolijk en aanstekelijk voelen.

The atmosphere at the party was light and giggly.

De sfeer op het feestje was luchtig en aanstekelijk.

She couldn't stop being giggly during the silly game.

Ze kon niet stoppen met aanstekelijk zijn tijdens het gekke spel.

The girls became giggly as they shared funny stories.

De meisjes werden aanstekelijk en blij toen ze grappige verhalen deelden.

The comedian's performance was so entertaining that the audience was giggly throughout the show.

De act van de komiek was zo vermakelijk dat het publiek gedurende de hele show aanstekelijk en blij was.

The giggly group of friends enjoyed a night of laughter and fun.

De aanstekelijke groep vrienden genoot van een avond vol gelach en plezier.

Her giggly nature always lightens up the mood in the room.

Haar aanstekelijke aard maakt de stemming in de kamer altijd vrolijker.

The giggly puppy was chasing its tail in the backyard.

De aanstekelijke puppy rende achter zijn staart aan in de achtertuin.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now