gotta

[US]/ˈɡɒtə/
[UK]/ˈɡɑːtə/
Frequency: Very High

Translation

n.moet
v.moeten; hebben

Phrases & Collocations

gotta go

moet weg

gotta eat

moet eten

gotta run

moet rennen

gotta leave

moet vertrekken

gotta try

moet proberen

gotta study

moet studeren

gotta go now

moet nu gaan

gotta move

moet bewegen

gotta think

moet nadenken

gotta work

moet werken

Example Sentences

i've gotta finish my homework before dinner.

Ik moet mijn huiswerk afmaken voordat het eten.

you gotta try this new restaurant; it's amazing!

Je moet dit nieuwe restaurant proberen; het is geweldig!

we've gotta leave early to avoid traffic.

We moeten vroeg vertrekken om het verkeer te vermijden.

she said you've gotta be more careful.

Ze zei dat je voorzichtiger moet zijn.

i've gotta call my mom to check in.

Ik moet mijn moeder bellen om even te checken.

you've gotta see this movie; it's so good!

Je moet deze film zien; hij is zo goed!

he said i gotta work harder if i want to succeed.

Hij zei dat ik harder moet werken als ik wil slagen.

we've gotta stick together through tough times.

We moeten elkaar bijstaan door dik en dun.

you gotta believe in yourself to achieve your dreams.

Je moet in jezelf geloven om je dromen te verwezenlijken.

i gotta get up early tomorrow for my flight.

Ik moet morgen vroeg op voor mijn vlucht.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now