handgun

[US]/'hæn(d)gʌn/
[UK]/'hænd'gʌn/
Frequency: Very High

Translation

n. een vuurwapen dat met één hand wordt vastgehouden en afgevuurd
Word Forms
Third Person Singularhandguns
Pluralhandguns

Example Sentences

The police officer drew his handgun.

De politieagent trok zijn pistool.

She kept a handgun in her purse for self-defense.

Ze bewaarde een pistool in haar tas voor zelfverdediging.

He practiced shooting with a handgun at the range.

Hij oefende met schieten met een pistool op de schietbaan.

The criminal was armed with a loaded handgun.

De crimineel was gewapend met een geladen pistool.

They found a hidden handgun in the suspect's car.

Ze vonden een verborgen pistool in de auto van de verdachte.

The detective carefully examined the handgun for evidence.

De detective onderzocht het pistool zorgvuldig op aanwijzingen.

She received training on how to safely handle a handgun.

Ze ontving training over hoe ze een pistool veilig kon hanteren.

The security guard carried a concealed handgun while on duty.

De beveiligingsbeambte droeg een verborgen pistool tijdens zijn dienst.

The handgun was registered to the owner with a valid license.

Het pistool was geregistreerd op naam van de eigenaar met een geldige licentie.

He felt a sense of power holding the handgun.

Hij voelde een gevoel van macht bij het vasthouden van het pistool.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now