housebound

[US]/'haʊsbaʊnd/
[UK]/'haʊs'baʊnd/
Frequency: Very High

Translation

unable to leave one's home; confined to one's house

Example Sentences

She has been housebound for weeks due to the pandemic.

Ze is al wekenlang aan huis gebonden vanwege de pandemie.

The housebound elderly often rely on home delivery services for groceries.

Bejaarden die aan huis gebonden zijn, zijn vaak afhankelijk van boodschattendienst.

Being housebound can lead to feelings of isolation and loneliness.

Aan huis gebonden zijn kan leiden tot gevoelens van isolement en eenzaamheid.

He felt frustrated and restless being housebound during the snowstorm.

Hij voelde zich gefrustreerd en rusteloos omdat hij tijdens de sneeuwstorm aan huis gebonden was.

The housebound patient requires regular visits from a healthcare provider.

De aan huis gebonden patiënt heeft regelmatige bezoeken van een zorgverlener nodig.

The housebound individual may benefit from virtual social activities.

De aan huis gebonden persoon kan profiteren van virtuele sociale activiteiten.

Some people find comfort in hobbies when they are housebound.

Sommige mensen vinden troost in hobby's als ze aan huis gebonden zijn.

Housebound employees often use video conferencing for work meetings.

Werknemers die aan huis gebonden zijn, gebruiken vaak videoconferenties voor vergaderingen.

The housebound child enjoyed reading books and playing games indoors.

Het aan huis gebonden kind genoot van het lezen van boeken en het spelen van spelletjes binnenshuis.

Neighbors volunteered to help the housebound family with grocery shopping.

Buren meldden zich vrijwillig om de aan huis gebonden familie te helpen met het doen van boodschappen.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now