indicar

[US]/ɪnˈdɪkɑː/
[UK]/ɪnˈdɪkɑːr/

Translation

v. te beschuldigen; te verwijten; te kritiseren

Example Sentences

el mapa indica la ubicación del tesoro.

De kaart geeft de locatie van het schat aan.

el semáforo indica que debemos parar.

De verkeerslichten geven aan dat we moeten stoppen.

ella me indicó el camino correcto.

Zij zei me het juiste pad.

los datos indican un aumento de ventas.

De gegevens wijzen op een stijging van de verkoopcijfers.

el profesor indica los ejercicios del libro.

De leraar geeft de oefeningen uit het boek aan.

la señal indica la entrada al edificio.

De toegangssignaal geeft de ingang van het gebouw aan.

el termómetro indica treinta grados.

De thermometer toont dertig graden aan.

su comportamiento indica que está nervioso.

Hij gedrag wijst erop dat hij zenuwachtig is.

el médico me indicó tomar reposo.

De arts zei me om rust te nemen.

las luces indican si el aparato está encendido.

De lichten geven aan of het apparaat aanstaat.

el informe indica mejoras necesarias.

De rapport geeft nodige verbeteringen aan.

el gps indica la ruta más rápida.

De GPS geeft de snelste route aan.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now