once

[US]/wʌns/
[UK]/wʌns/
Frequency: Very High

Translation

adv. op een gegeven moment in het verleden
conj. zodra
n. een enkele gebeurtenis of instantie

Phrases & Collocations

once again

eenmalig nog

at once

onmiddellijk

once a week

een keer per week

all at once

alles in één keer

Example Sentences

there once was a man.

er was eens een man.

once two is two.

eenmaal twee is twee.

a once powerful nation

een eens machtige natie

Once one is one.

Eenmaal één is één.

Once is enough for me.

Een keer is genoeg voor mij.

the once capital of the nation.

de voormalige hoofdstad van het land.

For once he was early.

Voor eens, hij was vroeg.

repeat once more .

herhaal nog een keer.

they deliver once a week.

zij leveren een keer per week af.

every once in a while

af en toe

All at once it began to rain.

Plotseling begon het te regenen.

Once again the train was late.

Eenmaal weer was de trein laat.

The Nagual was once again blamed.

De Nagual werd opnieuw de schuld gegeven.

She once knew him.

Ze kende hem eens.

to snarl a once simple problem

om een eens zo eenvoudig probleem te snauwen

He was once a professional grass.

Hij was eens een professionele gras.

The institution of slavery was once widespread.

De instelling van slavernij was ooit wijdverbreid.

I was absent once or twice.

Ik was een of twee keer afwezig.

He was once a potent ruler.

Hij was eens een machtige heerser.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now