only one
alleen één
only child
enkelkind
only if
alleen als
only time
alleen tijd
only for
alleen voor
only when
alleen wanneer
only then
alleen dan
if only
alleen als
only once
alleen eenmaal
only just
alleen maar
only too
alleen te
This is the only one.
Dit is de enige.
this is the only honourable course.
dit is de enige eerlijke manier.
their only hope is surgery.
hun enige hoop is een operatie.
I was only nine.
Ik was maar negen.
he was an only child.
hij was een kind zo zonder broer of zuster.
she is only three.
ze is maar drie.
he is only two.
hij is maar twee.
He was only rotting.
Hij was alleen aan het rotten.
That is only a facile answer.
Dat is slechts een gemakkelijke oplossing.
He is only shamming.
Hij doet alleen maar alsof.
the only pregnable point
het enige punt dat aangevallen kan worden.
only a show of kindness.
alleen een schijn van vriendelijkheid.
the only existent copy
de enige bestaande kopie
This play is only a fragment
Dit toneelstuk is slechts een fragment.
It's only an hour away.
Het is slechts een uur verwijderd.
He is only joking.
Hij maakt alleen maar grapjes.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu