personne

[US]//pɛʁ.sɔn//
[UK]//pɛʁ.sɔn//
Frequency: Very High

Translation

n.(Frans) Niemand; niets.

Phrases & Collocations

une personne

een persoon

la personne

de persoon

cette personne

deze persoon

les personnes

de personen

quelques personnes

een paar personen

beaucoup de personnes

veel personen

personne importante

belangrijke persoon

personne responsable

verantwoordelijke persoon

personne âgée

oude persoon

Example Sentences

personne ne sait ce qui va arriver demain.

niemand weet wat morgen gaat gebeuren.

c'est la personne que j'ai rencontrée hier.

dat is de persoon die ik gisteren ontmoette.

aucune personne ne peut entrer sans permission.

geen persoon mag zonder toestemming binnenkomen.

je cherche une personne compétente pour ce poste.

ik zoek een competent persoon voor deze functie.

cette personne est très gentille et serviable.

deze persoon is zeer vriendelijk en behulpzaam.

chaque personne a le droit de s'exprimer.

elke persoon heeft het recht om zich uit te spreken.

la plupart des personnes préfèrent voyager en été.

de meeste mensen prefereren reizen in de zomer.

il y a trois personnes dans ma famille.

er zijn drie personen in mijn familie.

une personne âgée traverse la rue lentement.

een oude persoon loopt langzaam over straat.

je ne connais pas cette personne du tout.

ik ken deze persoon helemaal niet.

la personne responsable sera punie.

de verantwoordelijke persoon zal gestraft worden.

plusieurs personnes ont assisté à la réunion.

meerdere personen hebben de bijeenkomst bijgewoond.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now