puzzlement

[US]/ˈpʌzəlmənt/
[UK]/'pʌzlmənt/
Frequency: Very High

Translation

n. verwarring of verbijstering; gevoel van verwardheid of perplexiteit
Word Forms

Example Sentences

He stared at the words in complete puzzlement.

Hij staarde naar de woorden in complete verwarring.

She looked at him with puzzlement.

Ze keek hem aan met verwarring.

His sudden disappearance caused great puzzlement among his colleagues.

Zijn plotselinge verdwijning veroorzaakte grote verwarring onder zijn collega's.

The puzzlement on her face was evident.

De verwarring op haar gezicht was duidelijk.

The teacher's explanation only added to the students' puzzlement.

De uitleg van de leraar voegde alleen maar toe aan de verwarring van de studenten.

The puzzlement in the room was palpable.

De verwarring in de kamer was voelbaar.

He scratched his head in puzzlement.

Hij krabde in verwarring over zijn hoofd.

The puzzlement in his voice was unmistakable.

De verwarring in zijn stem was onmiskenbaar.

The sudden change in plans left everyone in puzzlement.

De plotselinge verandering van plannen liet iedereen in verwarring achter.

She tried to hide her puzzlement with a smile.

Ze probeerde haar verwarring te verbergen met een glimlach.

Their decision caused puzzlement among the team members.

Hun beslissing veroorzaakte verwarring onder de teamleden.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now