rejoicer

[US]/[ˈrɪdʒɔɪsə]/
[UK]/[ˈrɪdʒɔɪsər]/

Translation

n. Iemand die blij is; een persoon vol blijdschap; een persoon die grote blijdschap uiting geeft of voelt.
v. Grote blijdschap voelen of uiten.

Phrases & Collocations

a great rejoicer

Een grote jubelaar

being a rejoicer

zijn een jubelaar

chief rejoicer

hoofd jubelaar

rejoicer's delight

het genoegen van de jubelaar

the rejoicer

de jubelaar

rejoicing rejoicer

jubelende jubelaar

was a rejoicer

was een jubelaar

rejoicer among

jubelaar onder

true rejoicer

echte jubelaar

rejoicer felt

de jubelaar voelde

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now