sheepdog

[US]/'ʃi:p,dɔg/
[UK]/ˈʃipˌdɔɡ/
Frequency: Very High

Translation

n. een hond die verantwoordelijk is voor het bewaken en hoeden van schapen.
Word Forms
Third Person Singularsheepdogs
Pluralsheepdogs

Example Sentences

The Shetland Sheepdog is a small, alert, rough-coated, longhaired working dog.

De Shetland Sheepdog is een kleine, alert, ruw-gecoate, langharige werkhond.

The sheepdog herded the sheep into the pen.

De sheepdog dreef de schapen het hok in.

The sheepdog is known for its herding abilities.

De sheepdog staat bekend om zijn kuddevaardigheden.

The farmer relies on his sheepdog to protect the flock.

De boer vertrouwt op zijn sheepdog om de kudde te beschermen.

The sheepdog obediently followed the farmer's commands.

De sheepdog volgde gehoorzaam de orders van de boer.

The sheepdog is a loyal and hardworking companion.

De sheepdog is een loyale en hardwerkende metgezel.

The sheepdog has a strong instinct to protect the sheep.

De sheepdog heeft een sterke instinct om de schapen te beschermen.

The sheepdog's coat is thick and weather-resistant.

Het vacht van de sheepdog is dik en weerbestendig.

The sheepdog is often used in search and rescue operations.

De sheepdog wordt vaak gebruikt in zoek- en reddingsoperaties.

The sheepdog's intelligence makes it easy to train.

De intelligentie van de sheepdog maakt het gemakkelijk om hem te trainen.

The sheepdog is a versatile working dog with many skills.

De sheepdog is een veelzijdige werkhond met veel vaardigheden.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now