sons

[US]/[sɒnz]/
[UK]/[sɒnz]/
Frequency: Very High

Translation

n. mannelijke nakomelingen; mannelijke kinderen; mannelijke afstammelingen; mannelijke verwanten.
n. (meervoud) Een groep mannelijke nakomelingen.

Phrases & Collocations

sons and daughters

zonen en dochters

my sons

mijn zonen

sons of men

zonen van mensen

sons inherit

zonen erven

sons’ rights

rechten van zonen

proud sons

trotse zonen

sons’ education

onderwijs van zonen

raising sons

zonen opvoeden

sons’ future

toekomst van zonen

good sons

goede zonen

Example Sentences

my two sons love playing basketball after school.

Mijn twee zonen houden ervan om na school basketbal te spelen.

he's a proud father of three sons.

Hij is een trotse vader van drie zonen.

the family has two sons and a daughter.

Het gezin heeft twee zonen en een dochter.

we're so proud of our sons' achievements.

We zijn zo trots op de prestaties van onze zonen.

the company's future rests on the shoulders of its sons and daughters.

De toekomst van het bedrijf rust op de schouders van zijn zonen en dochters.

he taught his sons the importance of honesty.

Hij leerde zijn zonen het belang van eerlijkheid.

the brothers, two sons of a farmer, worked hard.

De broers, twee zonen van een boer, werkten hard.

she worried about her sons' safety during the storm.

Ze maakte zich zorgen over de veiligheid van haar zonen tijdens de storm.

the legacy will be passed down to his sons.

De nalatenschap zal worden doorgegeven aan zijn zonen.

he wanted his sons to pursue their dreams.

Hij wilde dat zijn zonen hun dromen zouden najagen.

the general's sons followed in his military footsteps.

De zonen van de generaal volgden in zijn militaire voetsporen.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now