tago

[US]/ˈtɑːɡəʊ/
[UK]/ˈtɑːɡoʊ/
Frequency: Very High

Translation

n. een landbouwboerderij of gezin; een gezin dat land bewerkt; de dag; de periode tussen zonsopgang en zonsondergang
prop.n. een eigen naam die verwijst naar een persoon of plaats (bijv. Tago)
Word Forms
Pluraltagos

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now