talkatively engaging
praatgraag betrokken
talkatively expressing
praatgraag uitdrukkend
talkatively discussing
praatgraag discussiërend
talkatively sharing
praatgraag deelend
talkatively interacting
praatgraag interagerend
talkatively chatting
praatgraag kletsend
talkatively conversing
praatgraag converserend
talkatively reporting
praatgraag rapporterend
talkatively presenting
praatgraag presenteren
talkatively informing
praatgraag informeren
she spoke talkatively about her vacation plans.
ze sprak enthousiast over haar vakantieplannen.
he always shares his stories talkatively during dinner.
hij deelt altijd enthousiast zijn verhalen tijdens het diner.
the children were talkatively discussing their favorite cartoons.
de kinderen bespraken enthousiast hun favoriete cartoons.
she can be quite talkatively when she’s excited.
ze kan behoorlijk enthousiast zijn als ze opgewonden is.
he answered the questions talkatively, showing his enthusiasm.
hij beantwoordde de vragen enthousiast, en toonde zijn enthousiasme.
they talked talkatively about their future plans.
zij praatten enthousiast over hun toekomstplannen.
the speaker was so talkatively engaging that everyone listened closely.
de spreker was zo enthousiast en boeiend dat iedereen aandachtig luisterde.
during the meeting, she was talkatively sharing her ideas.
tijdens de vergadering deelde ze enthousiast haar ideeën.
he tends to be talkatively persuasive in discussions.
hij heeft de neiging om overtuigend te zijn in discussies.
they sat down and began to talkatively reminisce about old times.
ze gingen zitten en begonnen enthousiast te herinneren aan oude tijden.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu