teamer

[US]/ˈtiːmə/
[UK]/ˈtiːmər/
Frequency: Very High

Translation

n. een persoon die een team van dieren rijdt of een vrachtwagen bestuurt
Word Forms
Pluralteamers

Example Sentences

the teamer coordinated the project successfully.

De teamer coördineerde het project succesvol.

every teamer contributed their unique skills.

Elke teamer droeg hun unieke vaardigheden bij.

as a teamer, communication is key to success.

Als teamer is communicatie essentieel voor succes.

the teamer organized a meeting to discuss progress.

De teamer organiseerde een vergadering om de voortgang te bespreken.

each teamer must understand their role in the group.

Elke teamer moet hun rol in de groep begrijpen.

the teamer motivated everyone to work harder.

De teamer motiveerde iedereen om harder te werken.

our teamer implemented new strategies for efficiency.

Onze teamer implementeerde nieuwe strategieën voor efficiëntie.

being a teamer requires strong leadership skills.

Een teamer zijn vereist sterke leiderschapsvaardigheden.

the teamer resolved conflicts within the group.

De teamer lost conflicten binnen de groep op.

a good teamer fosters collaboration among members.

Een goede teamer bevordert de samenwerking tussen de leden.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now