traveled

[US]/ˈtrævəld/
[UK]/ˈtrævəld/
Frequency: Very High

Translation

adj. ervaren in reizen; vaak bezocht door reizigers
v. verleden deelwoord van reizen

Phrases & Collocations

traveled far

heeft ver gereisd

traveled abroad

heeft in het buitenland gereisd

traveled extensively

uitgebreid gereisd

traveled alone

heeft alleen gereisd

traveled together

heeft samen gereisd

traveled south

heeft naar het zuiden gereisd

traveled north

heeft naar het noorden gereisd

traveled west

heeft naar het westen gereisd

traveled east

heeft naar het oosten gereisd

traveled quickly

heeft snel gereisd

Example Sentences

i traveled to japan last year.

Ik reisde vorig jaar naar Japan.

she traveled across europe during the summer.

Ze reisde afgelopen zomer door Europa.

they traveled by train to save money.

Ze reisden met de trein om geld te besparen.

we traveled together as a family.

We reisden samen als een gezin.

he has traveled extensively for work.

Hij heeft uitgebreid gereisd voor zijn werk.

they traveled to remote areas to explore nature.

Ze reisden naar afgelegen gebieden om de natuur te verkennen.

i have traveled to many countries.

Ik heb veel landen bezocht.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now