unfocused

[US]/ˌʌn'fəukəst/
[UK]/ʌnˈfoʊkəst/
Frequency: Very High

Translation

adj. gebrek aan helderheid of focus; een verwarde of vage uitdrukking hebbend; een specifieke wens ontbekend.

Example Sentences

Her mind was unfocused during the meeting.

Haar gedachten waren ongeconcentreerd tijdens de vergadering.

His unfocused gaze wandered around the room.

Zijn ongeconcentreerde blik dwaalde rond in de kamer.

The student's unfocused studying led to poor grades.

De ongeconcentreerde studie van de student leidde tot slechte cijfers.

The unfocused speech lacked coherence.

De ongeconcentreerde toespraak miste samenhang.

She felt unfocused and scattered after a long day at work.

Ze voelde zich ongeconcentreerd en verspreid na een lange dag op het werk.

His unfocused behavior in class disrupted the lesson.

Zijn ongeconcentreerd gedrag in de klas verstoorde de les.

The unfocused camera failed to capture clear images.

De ongeconcentreerde camera kon geen duidelijke beelden vastleggen.

An unfocused mind can lead to procrastination.

Een ongeconcentreerd hoofd kan leiden tot uitstelgedrag.

The unfocused project lacked direction and purpose.

Het ongeconcentreerde project miste richting en doel.

She struggled to concentrate with an unfocused mind.

Ze had moeite om zich te concentreren met een ongeconcentreerd hoofd.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now