that vilain boy always causes trouble in the neighborhood.
Die boze jongen veroorzaakt altijd problemen in de buurt.
she called him a vilain for breaking her favorite vase.
Ze noemde hem een boosdoener omdat hij haar favoriete vaas had gebroken.
the vilain weather ruined our outdoor picnic plans.
Het slechte weer verpestte onze plannen voor een picknick buiten.
don't be such a vilain, share your toys with your sister.
Wees geen boosdoener, deel je speelgoed met je zusje.
the fairy tale featured a notorious vilain who kidnapped the princess.
Het sprookje vertelde over een beruchte boosdoener die de prinses ontvoerde.
it's vilain to lie to your friends about important matters.
Het is gemeen om je vrienden over belangrijke zaken te liegen.
the little vilain refused to eat his vegetables at dinner.
De kleine boosdoener weigerde zijn groenten te eten tijdens het avondeten.
everyone feared the vilain who ruled over the dark kingdom.
Iedereen vreesde de boosdoener die over het donkere koninkrijk heerste.
he used a vilain trick to win the competition unfairly.
Hij gebruikte een gemeen trucje om de competitie oneerlijk te winnen.
the vilain dog next door barks at everyone who passes by.
De boze hond van naast de deur blaft naar iedereen die voorbijloopt.
speaking such vilain words is considered impolite in formal settings.
Het uitspreken van zulke gemeene woorden wordt als onbeleefd beschouwd in formele situaties.
the hero finally defeated the vilain and saved the village.
De held versloeg eindelijk de boosdoener en redde het dorp.
that vilain boy always causes trouble in the neighborhood.
Die boze jongen veroorzaakt altijd problemen in de buurt.
she called him a vilain for breaking her favorite vase.
Ze noemde hem een boosdoener omdat hij haar favoriete vaas had gebroken.
the vilain weather ruined our outdoor picnic plans.
Het slechte weer verpestte onze plannen voor een picknick buiten.
don't be such a vilain, share your toys with your sister.
Wees geen boosdoener, deel je speelgoed met je zusje.
the fairy tale featured a notorious vilain who kidnapped the princess.
Het sprookje vertelde over een beruchte boosdoener die de prinses ontvoerde.
it's vilain to lie to your friends about important matters.
Het is gemeen om je vrienden over belangrijke zaken te liegen.
the little vilain refused to eat his vegetables at dinner.
De kleine boosdoener weigerde zijn groenten te eten tijdens het avondeten.
everyone feared the vilain who ruled over the dark kingdom.
Iedereen vreesde de boosdoener die over het donkere koninkrijk heerste.
he used a vilain trick to win the competition unfairly.
Hij gebruikte een gemeen trucje om de competitie oneerlijk te winnen.
the vilain dog next door barks at everyone who passes by.
De boze hond van naast de deur blaft naar iedereen die voorbijloopt.
speaking such vilain words is considered impolite in formal settings.
Het uitspreken van zulke gemeene woorden wordt als onbeleefd beschouwd in formele situaties.
the hero finally defeated the vilain and saved the village.
De held versloeg eindelijk de boosdoener en redde het dorp.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu