weekender

[Verenigde Staten]/wiːk'endə/
[Verenigd Koninkrijk]/ˌwik'ɛndɚ/
Frequentie: Zeer Hoog

Vertaling

n. iemand die reist of op vakantie gaat, meestal in het weekend.
Woordvormen

Voorbeeldzinnen

She is a dedicated weekender, always looking for new places to explore on weekends.

Ze is een toegewijde weekendreiziger, altijd op zoek naar nieuwe plekken om in het weekend te verkennen.

The weekender bag is perfect for short trips or overnight stays.

De weekender tas is perfect voor korte reizen of overnachtingen.

The weekender retreat was a great opportunity to relax and recharge.

Het weekeinde-terugtrekking was een geweldige kans om te ontspannen en nieuwe energie op te doen.

She packed her weekender bag with essentials for the short trip.

Ze pakte haar weekender tas in met essentiële spullen voor de korte reis.

They are planning a weekender getaway to the countryside.

Ze plannen een weekeinde-uitstapje naar het platteland.

The weekender event attracted a large crowd of people looking for entertainment.

Het weekeinde-evenement trok een grote menigte mensen die op zoek waren naar vermaak.

The cozy cabin in the woods is the perfect weekender retreat.

De gezellige blokhut in het bos is de perfecte weekeinde-terugtrekking.

They decided to become weekenders and explore a new hobby together.

Ze besloten weekendreizigers te worden en samen een nieuwe hobby te ontdekken.

The weekender lifestyle allows for a good balance between work and leisure.

De weekeinde-levensstijl maakt een goede balans mogelijk tussen werk en ontspanning.

Populaire Woorden

Ontdek vaak opgezochte woordenschat

Download de app om alle content te ontgrendelen

Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!

Download DictoGo nu