witness

[US]/ˈwɪtnəs/
[UK]/ˈwɪtnəs/
Frequency: Very High

Translation

n. waarnemer; iemand die iets heeft gezien of persoonlijke kennis heeft van iets
vt. zien of ervaren (een gebeurtenis of situatie); getuigen van de waarheid van; bewijs leveren van.
Word Forms
Third Person Singularwitnesses
Past Participlewitnessed
Present Participlewitnessing
Past Tensewitnessed
Pluralwitnesses

Phrases & Collocations

be a witness

wees getuige

eyewitness

ooggetuige

bear witness

getuigen

reliable witness

betrouwbare getuige

as witness

als getuige

in witness whereof

ten bewijze waarvan

expert witness

deskundige getuige

material witness

materiele getuige

with a witness

met een getuige

star witness

hoofdgetuige

eye witness

ooggetuige

witness stand

getuigenstand

witness box

getuigenbank

Example Sentences

to witness a crime

een misdaad zien gebeuren

a key witness in the trial

een belangrijk getuige in de rechtszaak

to witness a beautiful sunset

een prachtige zonsondergang zien

to be a witness to history

getuige zijn van de geschiedenis

to witness a miracle

een wonder zien gebeuren

to witness a wedding ceremony

een huwelijksceremonie zien

to witness a significant event

een belangrijk evenement zien

to bear witness to the truth

de waarheid bekrachtigen

to witness a car accident

een auto-ongeluk zien

to witness the birth of a baby

de geboorte van een baby zien

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now