act civilly
gedraag je netjes
communicate civilly
communiceer netjes
They discussed the issue civilly.
Ze bespraken de kwestie beleefd.
She greeted her neighbor civilly.
Ze begroette haar buurman beleefd.
The two parties negotiated civilly.
De twee partijen onderhandelden beleefd.
He responded to criticism civilly.
Hij reageerde beleefd op kritiek.
They resolved the conflict civilly.
Ze losten het conflict beleefd op.
She accepted the feedback civilly.
Ze accepteerde de feedback beleefd.
He disagreed with his colleague civilly.
Hij was het beleefd oneens met zijn collega.
The students debated civilly in class.
De studenten debatteerden beleefd in de klas.
They parted ways civilly after the breakup.
Ze gingen beleefd uit elkaar na de breuk.
The team members communicated civilly during the project.
De teamleden communiceerden beleefd tijdens het project.
act civilly
gedraag je netjes
communicate civilly
communiceer netjes
They discussed the issue civilly.
Ze bespraken de kwestie beleefd.
She greeted her neighbor civilly.
Ze begroette haar buurman beleefd.
The two parties negotiated civilly.
De twee partijen onderhandelden beleefd.
He responded to criticism civilly.
Hij reageerde beleefd op kritiek.
They resolved the conflict civilly.
Ze losten het conflict beleefd op.
She accepted the feedback civilly.
Ze accepteerde de feedback beleefd.
He disagreed with his colleague civilly.
Hij was het beleefd oneens met zijn collega.
The students debated civilly in class.
De studenten debatteerden beleefd in de klas.
They parted ways civilly after the breakup.
Ze gingen beleefd uit elkaar na de breuk.
The team members communicated civilly during the project.
De teamleden communiceerden beleefd tijdens het project.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu