fizzers

[US]/[ˈfɪzəz]/
[UK]/[ˈfɪzərz]/

Translation

n. Mensen die fikkelsendende geluiden maken of mensen die levendig en opgewonden zijn; (informeel) een persoon die vol energie en enthousiasme is; (slang) een persoon die gemakkelijk opgewonden of verontrust is.
v. Een fikkelsendend geluid maken.

Example Sentences

the kids love watching the colorful fizzers in their drinks.

De kinderen houden van het kijken naar de kleurige bubbels in hun drankjes.

we bought a box of fizzy drinks for the party.

we kochten een doos met frisdrank voor de feest.

the lemonade had a delightful fizzers sensation on my tongue.

De limonade had een aangename bubbels gevoel op mijn tong.

the soda's fizzers disappeared quickly after opening the can.

De bubbels van de soda verdwenen snel na het openen van de blik.

he enjoys the satisfying fizzers of a cold ginger ale.

hij geniet van de bevredigende bubbels van een koele gemberlimonade.

the science experiment involved creating fizzers with baking soda and vinegar.

het wetenschapsexperiment bestond uit het maken van bubbels met bakpoeder en azijn.

the fizzy bath bomb released bubbles and a pleasant scent.

de frisse badbom liet bubbels en een aangename geur los.

she prefers drinks with strong fizzers over flat ones.

ze prefereert dranken met sterke bubbels boven vlakke.

the chef added a splash of fizzy water to the sauce.

de kok gaf een scheut fris water toe aan de saus.

the sound of the fizzers was a sign the drink was fresh.

het geluid van de bubbels was een teken dat de drank vers was.

they experimented with different ingredients to enhance the fizzers in their homemade soda.

ze experimenteerden met verschillende ingrediënten om de bubbels in hun zelfgemaakte soda te versterken.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now