gnawing

[US]/ˈnɔːɪŋ/
[UK]/ˈnɔːɪŋ/
Frequency: Very High

Translation

adj. pijn veroorzakend; kwellend
n. bijten; constante pijn
v. bijten; eroderend
Word Forms
Present Participlegnawing

Phrases & Collocations

gnawing pain

knagende pijn

gnawing hunger

knagende honger

gnawing anxiety

knagende angst

Example Sentences

a dog gnawing a bone.

een hond die aan een bot knaagt.

the gnawing pains of hunger

de knaagende pijn van honger

waves gnawing the rocky shore.

golven die aan de rotsachtige kust knagen.

These doubts had been gnawing at him for some time.

Deze twijfels knaagden al een tijdje aan hem.

He was afflicted always with a gnawing restlessness.

Hij werd altijd geplaagd door een knagende rusteloosheid.

The farmer’s dog has been gnawing away on a bone under the table.

De hond van de boer heeft onder de tafel aan een bot geknaagd.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now