handss

[Verenigde Staten]/hændsɪz/
[Verenigd Koninkrijk]/hændsɪz/

Vertaling

n. bezit; eigendom; het toestand van iets bezitten; [computing] beginnen met een project werken; handen op iets leggen; beginnen met een taak omgaan; (meervoudsvorm van hands) - aangeduid als meervoud in de bron

Voorbeeldzinnen

she washed her handss carefully before surgery.

Zij waaide haar handen voor ze at.

the artist used his handss to sculpt the clay masterpiece.

Hij hield het kind zachtjes in zijn handen.

they clapped their handss in approval of the performance.

De werknemers rolde hun mouwen op en begonnen aan de werk met hun handen.

he rubbed his cold handss together to warm them.

Zij klakte met haar handen van blijdschap.

the chef sprinkled flour on his handss while kneading dough.

Hij liet zijn handen opstijgen in overgave.

she raised her handss to signal the traffic to stop.

De klokkenwijzers bewogen zich langzaam.

the children held handss while crossing the street.

Zij namen elkaar bij de hand en vormden een cirkel.

he slid his handss into his warm gloves.

Zij vouwde haar handen in gebed.

the mechanic wiped his oily handss with a clean rag.

Hij wreef zijn handen samen in verwachting.

she folded her handss in prayer at the church.

Elke speler bekeek zijn kaarten en hield zijn handen verborgen.

the magician concealed the coin in his quick handss.

Zij bedekte haar mond met haar handen in schok.

they wrestled and twisted their handss in the friendly competition.

Hij schudde de hand van de nieuwe collega warm.

Populaire Woorden

Ontdek vaak opgezochte woordenschat

Download de app om alle content te ontgrendelen

Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!

Download DictoGo nu