has

[US]/hæz/
[UK]/hæz/
Frequency: Very High

Translation

vt. bezitten; iemand iets laten doen; eten
conj. hebben
v. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hebben

Phrases & Collocations

has been

heeft geweest

has more

heeft meer

has less

heeft minder

has done

heeft gedaan

has seen

heeft gezien

has said

heeft gezegd

has found

heeft gevonden

has made

heeft gemaakt

has taken

heeft genomen

has given

heeft gegeven

Example Sentences

she has a great sense of humor.

zij heeft een goede zin voor humor.

he has a lot of experience in this field.

hij heeft veel ervaring op dit gebied.

they have a strong friendship.

zij hebben een sterke vriendschap.

our team has a clear strategy for success.

ons team heeft een duidelijke strategie voor succes.

she has a passion for painting.

zij heeft een passie voor schilderen.

the company has a new product launch next week.

het bedrijf heeft volgende week de lancering van een nieuw product.

he has a unique perspective on the issue.

hij heeft een uniek perspectief op het probleem.

they have a beautiful garden in their backyard.

zij hebben een prachtige tuin in hun achtertuin.

she has a remarkable talent for music.

zij heeft een opmerkelijk talent voor muziek.

he has a lot of responsibilities at work.

hij heeft veel verantwoordelijkheden op het werk.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now