The child outgrew all his clothes.
Het kind was te groot geworden voor al zijn kleding.
She outgrew her youthful idealism.
Ze was haar jeugdige idealisme ontgroeid.
She outgrew the company she worked for and found a better job somewhere else.
Ze was het bedrijf waar ze werkte ontgroeid en vond een betere baan elders.
The child outgrew all his clothes.
Het kind was te groot geworden voor al zijn kleding.
She outgrew her youthful idealism.
Ze was haar jeugdige idealisme ontgroeid.
She outgrew the company she worked for and found a better job somewhere else.
Ze was het bedrijf waar ze werkte ontgroeid en vond een betere baan elders.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu