pairs

[US]/peəz/
[UK]/pɛrz/
Frequency: Very High

Translation

n. koppels; sets (meervoud van paar)
v. in paren maken; overeenkomen; samenwerken (derde persoon enkelvoud van paar)

Phrases & Collocations

matching pairs

passende paren

pair of shoes

paar schoenen

pair of gloves

paar handschoenen

pair of socks

paar sokken

perfect pairs

perfecte paren

two pairs

twee paren

pairs of eyes

paren ogen

pair of friends

paar vrienden

pairs of shoes

paren schoenen

new pairs

nieuwe paren

Example Sentences

they wore matching pairs of shoes.

ze droegen passend bijpassende schoenen.

the dancers performed in pairs.

de dansers traden op in paren.

she bought two pairs of socks.

ze kocht twee paar sokken.

we need to find pairs of matching colors.

we moeten paren van bijpassende kleuren vinden.

he gave her a pair of earrings.

hij gaf haar een paar oorbellen.

they are a perfect pair.

ze zijn een perfect paar.

she collects pairs of vintage shoes.

ze verzamelt paren vintage schoenen.

we need to match the pairs correctly.

we moeten de paren correct matchen.

he found a pair of lost keys.

hij vond een paar verloren sleutels.

they are selling pairs of concert tickets.

ze verkopen paren concertkaarten.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now