slobberer

[US]/[ˈslɒbərər]/
[UK]/[ˈslɑːbərər]/

Translation

n. Iemand die slobberend is; een onnetje of onhandig persoon; iemand die veel speeksel laat lopen.
v. Slobberen of druppelen; zich onnetjes of onhandig gedragen.
adj. Karakteriseerd door slobberen of onnetelijkheid.
Word Forms

Phrases & Collocations

slobberer's mouth

de mond van een slobberer

a messy slobberer

een slobberer die overal slobberde

slobbering slobberer

een slobberend slobberer

the slobberer laughed

de slobberer lachte

slobberer drooled

de slobberer kauwde

slobberer's delight

het genoegen van de slobberer

being a slobberer

het zijn van een slobberer

slobberer's touch

het aanraking van de slobberer

slobberer felt

de slobberer voelde

slobberer's face

het gezicht van de slobberer

Example Sentences

the enthusiastic dog was a notorious slobberer, drooling on everyone.

De enthousiaste hond was een bekend slobberer, die overal speeksel liet vallen.

despite the mess, we found the slobberer's affection genuine and endearing.

Hoewel het een puinhoop was, vonden we de liefde van de slobberer oprecht en aantrekkelijk.

he was a classic slobberer, leaving a trail of drool wherever he went.

hij was een klassieke slobberer, die overal een spoor van speeksel liet achterlaten.

my toddler is a little slobberer, constantly drooling on his toys.

mijn kleuter is een klein slobberer, die voortdurend speeksel laat vallen op zijn speelgoed.

the slobberer's happy panting resulted in a wet patch on my shirt.

het blijfje van de slobberer veroorzaakte een natte plek op mijn shirt.

we warned the children about the slobberer and his excessive drooling.

we waarschuwden de kinderen voor de slobberer en zijn overmatig speeksel.

the slobberer's enthusiasm for the treat was evident in his drool.

de enthousiasme van de slobberer voor de beloning was duidelijk te zien aan zijn speeksel.

being a slobberer is not always a bad thing; it can show affection.

het zijn van een slobberer is niet altijd iets slechts; het kan aandoenlijkheid tonen.

the slobberer's drool soaked the newspaper he was reading.

het speeksel van de slobberer had de krant nat gemaakt waar hij naar las.

we laughed at the silly slobberer and his constant drooling.

we lachten over de stomme slobberer en zijn voortdurende speeksel.

despite being a slobberer, he was a loyal and loving companion.

hoewel hij een slobberer was, was hij een trouwe en liefdevolle maatje.

Popular Words

Explore frequently searched vocabulary

Download App to Unlock Full Content

Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!

Download DictoGo Now