sneer sb. out of countenance
na spotten met iemand; minachtend
with a sneer; in an uncomplimentary sneering manner.
met een minachtende blik; op een ongunstige, spottende manier
the sneering curl of his lip.
de minachtende bocht van zijn lip.
sneer down a proposal
een voorstel afwijzen met minachting
she had sneered at their bad taste.
zij had hun slechte smaak belachelijk gemaakt
You many sneer, but a lot of people like this kind of music.
Jullie zullen misschien minachten, maar veel mensen houden van dit soort muziek.
James sneered at my old bicycle. He has a new one.
James belachte mijn oude fiets. Hij heeft er een nieuwe.
sneer sb. out of countenance
na spotten met iemand; minachtend
with a sneer; in an uncomplimentary sneering manner.
met een minachtende blik; op een ongunstige, spottende manier
the sneering curl of his lip.
de minachtende bocht van zijn lip.
sneer down a proposal
een voorstel afwijzen met minachting
she had sneered at their bad taste.
zij had hun slechte smaak belachelijk gemaakt
You many sneer, but a lot of people like this kind of music.
Jullie zullen misschien minachten, maar veel mensen houden van dit soort muziek.
James sneered at my old bicycle. He has a new one.
James belachte mijn oude fiets. Hij heeft er een nieuwe.
Explore frequently searched vocabulary
Want to learn vocabulary more efficiently? Download the DictoGo app and enjoy more vocabulary memorization and review features!
Download DictoGo Now