squabbling siblings
ruiend ruziënde broers en zussen
squabbling over
ruzieden over
squabbling partners
ruziedende partners
squabbling kids
ruziedende kinderen
squabbling friends
ruziedende vrienden
no more squabbling
geen ruzies meer
constant squabbling
constante ruzies
squabbling adults
ruziedende volwassenen
stop squabbling
stop met ruziemaken
squabbling teams
ruziedende teams
the siblings were squabbling over the last piece of cake.
De broers en zussen ruzieden over het laatste stukje taart.
they spent the afternoon squabbling about trivial matters.
Ze brachten de middag door met ruziemaken over onbelangrijke zaken.
the children were squabbling in the playground.
De kinderen ruzieden op de speelplaats.
after squabbling for hours, they finally reached an agreement.
Na urenlang ruziemaken, bereikten ze eindelijk een overeenstemming.
squabbling over money can ruin friendships.
Ruziemaken over geld kan vriendschappen verpesten.
the neighbors were squabbling about the property line.
De buren ruzieden over de eigendomsgrens.
despite their squabbling, they still loved each other.
Ondanks hun ruzies hielden ze nog steeds van elkaar.
squabbling can sometimes be a sign of deeper issues.
Ruziemaken kan soms een teken zijn van diepere problemen.
they were always squabbling about who would do the chores.
Ze ruzieden altijd over wie de huishoudelijke taken zou doen.
squabbling can distract from more important discussions.
Ruziemaken kan afleiden van belangrijkere discussies.
squabbling siblings
ruiend ruziënde broers en zussen
squabbling over
ruzieden over
squabbling partners
ruziedende partners
squabbling kids
ruziedende kinderen
squabbling friends
ruziedende vrienden
no more squabbling
geen ruzies meer
constant squabbling
constante ruzies
squabbling adults
ruziedende volwassenen
stop squabbling
stop met ruziemaken
squabbling teams
ruziedende teams
the siblings were squabbling over the last piece of cake.
De broers en zussen ruzieden over het laatste stukje taart.
they spent the afternoon squabbling about trivial matters.
Ze brachten de middag door met ruziemaken over onbelangrijke zaken.
the children were squabbling in the playground.
De kinderen ruzieden op de speelplaats.
after squabbling for hours, they finally reached an agreement.
Na urenlang ruziemaken, bereikten ze eindelijk een overeenstemming.
squabbling over money can ruin friendships.
Ruziemaken over geld kan vriendschappen verpesten.
the neighbors were squabbling about the property line.
De buren ruzieden over de eigendomsgrens.
despite their squabbling, they still loved each other.
Ondanks hun ruzies hielden ze nog steeds van elkaar.
squabbling can sometimes be a sign of deeper issues.
Ruziemaken kan soms een teken zijn van diepere problemen.
they were always squabbling about who would do the chores.
Ze ruzieden altijd over wie de huishoudelijke taken zou doen.
squabbling can distract from more important discussions.
Ruziemaken kan afleiden van belangrijkere discussies.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu