felt grateful
voelde zich dankbaar
felt a connection
voelde een verbinding
felt uneasy
voelde zich ongemakkelijk
asphalt felt
asfaltvilt
wool felt
wolvilt
felt faint for a moment.
Voelde me even zwak.
felt free to go.
Voelde zich vrij om te gaan.
they felt a kinship with architects.
Ze voelden een verwantschap met architecten.
felt light in the head.
Voelde zich licht in het hoofd.
felt a little better.
Voelde zich een beetje beter.
The boy felt dry.
De jongen voelde zich dorstig.
felt the pinch of the recession.
Voelde de pijn van de recessie.
felt big with love.
Voelde zich vol liefde.
felt a tremor of joy.
Voelde een trilling van vreugde.
felt down in the dumps.
Voelde zich somber.
felt the anger of the crowd.
voelde de woede van de menigte.
The sheets felt smooth.
De lakens voelden glad aan.
felt for the light switch in the dark.
Voelde naar de lichtschakelaar in het donker.
He felt unwell this morning.
Hij voelde zich vanochtend niet goed.
he felt a surge of anxiety.
Hij voelde een golf van angst.
he felt sick with apprehension.
Hij voelde zich misselijk van angst.
Ontdek vaak opgezochte woordenschat
Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!
Download DictoGo nu