violes

[Verenigde Staten]/ˈvɒɪəlɪts/
[Verenigd Koninkrijk]/ˈvaɪəlɪts/

Vertaling

n. meervoud van viole; een tuinplant met zoete geurige bloemen, meestal paars, blauw of wit van kleur

Voorbeeldzinnen

the garden was filled with sweet violets in spring.

De tuin was vol met zoete violen in de lente.

she picked a bunch of blue violets from the meadow.

Zij plukte een bosje blauwe violen van de weide.

the fragrance of violets filled the room.

De geur van violen vulde de kamer.

wild violets grew abundantly in the forest clearing.

Wildere violen groeiden in overvloed in het bosje.

the poet compared her eyes to violets.

De dichter vergeleek haar ogen met violen.

they planted violets along the garden path.

Zij plantten violen langs de tuinpaden.

the violets bloomed early this year.

De violen bloeiden vroeg dit jaar.

she wore a dress the color of violets.

Zij droeg een jurk van de kleur van violen.

the child gathered violets in a small basket.

Het kind verzamelde violen in een klein mandje.

violets symbolize modesty and humility.

Violen symboliseren bescheidenheid en nederigheid.

the artist painted violets with delicate brushstrokes.

De kunstenaar schilderde violen met zachte penseelstreken.

spring air carried the scent of fresh violets.

De lente-lucht droeg de geur van verse violen.

Populaire Woorden

Ontdek vaak opgezochte woordenschat

Download de app om alle content te ontgrendelen

Wil je efficiënter woordenschat leren? Download de DictoGo-app en profiteer van meer functies voor het onthouden en herhalen van woordenschat!

Download DictoGo nu